Naar de inhoud
Huis en tuin

Infraroodverwarming: het elektrische verwarmingspaneel

Infraroodpanelen verwarmen niet de lucht maar de voorwerpen en mensen in een ruimte — net als de zon.

Infraroodverwarming: het elektrische verwarmingspaneel

Infraroodpanelen verwarmen niet de lucht, maar de voorwerpen en mensen in een ruimte — net als de zon. Dat maakt ze een interessante, zij het niet altijd goedkope, manier van elektrisch verwarmen.

Hoe werkt infraroodverwarming?

Een infraroodpaneel zendt warmtestraling uit die wordt opgenomen door alles wat ze raakt: muren, meubels, de vloer en je lichaam. Die oppervlakken geven de warmte vervolgens geleidelijk af aan de ruimte. Anders dan een conventionele radiator, die eerst de lucht opwarmt, verwarmt infrarood dus direct de massa in de ruimte. Het effect voelt vergelijkbaar met de zon op je huid op een koude maar heldere dag. Het gaat om verre-infraroodstraling, dezelfde onschuldige warmtestraling die ook een kachel of de zon afgeeft.

Voordelen en nadelen

Voordelen zijn de snelle, gerichte warmte, het ontbreken van luchtstroming (minder opdwarrelend stof en een minder droge lucht) en het slanke, onderhoudsarme ontwerp. Panelen zijn eenvoudig te plaatsen aan wand of plafond en gaan lang mee zonder onderhoud. Het grootste nadeel is de energiebron: verwarmen met elektriciteit is per eenheid warmte doorgaans duurder dan met een gasketel of een warmtepomp. Infrarood is daardoor vooral aantrekkelijk voor bijverwarming of voor ruimtes die je kort en gericht wilt verwarmen.

Zichtlijn telt

Omdat infrarood met straling werkt, telt de “zichtlijn”: een paneel warmt op wat het direct beschijnt. Plaats het zo dat de straling de zithoek of werkplek bereikt, niet achter een kast of dik gordijn, anders warm je vooral het meubilair in plaats van jezelf.

Wanneer is het een goede keuze?

Infraroodverwarming past goed in goed geïsoleerde ruimtes, als aanvulling in een badkamer of thuiskantoor, of op plekken waar een gasaansluiting ontbreekt. Voor het volledig verwarmen van een slecht geïsoleerd huis is het vaak minder economisch, omdat de warmte via slechte isolatie snel verloren gaat en de stroomkosten dan hoog oplopen. Isolatie is dus bijna altijd de eerste, meest rendabele stap; Milieu Centraal geeft objectief advies over verwarmen en energie besparen.

Kosten en verbruik

Een infraroodpaneel zet vrijwel alle opgenomen stroom om in warmte, dus qua omzetting is het efficiënt. De gebruikskosten hangen echter af van de stroomprijs, het vermogen van het paneel en hoe lang en gericht je het gebruikt. Reken vooraf uit hoeveel uur per dag je een paneel nodig hebt en tegen welk tarief, en vergelijk dat met je huidige verwarming. Een tijdschakelaar of thermostaat voorkomt onnodig verbruik, wat bij elektrisch verwarmen extra loont.

Infrarood versus andere elektrische verwarming

Vergeleken met een gewone elektrische kachel, die de lucht verwarmt, geeft infrarood een directer en vaak als aangenamer ervaren warmtegevoel, zonder tocht of geluid. Ten opzichte van een warmtepomp is infrarood in aanschaf goedkoper en simpeler, maar in gebruik doorgaans duurder per eenheid warmte, omdat een warmtepomp veel efficiënter met elektriciteit omgaat. De beste keuze hangt dus af van je isolatie, je verwarmingsgedrag en of je een hele woning of slechts een plek wilt verwarmen.

Vermogen en maatvoering

Een paneel kiezen begint bij het juiste vermogen voor de ruimte. Als grove vuistregel wordt voor een redelijk geïsoleerde woonruimte vaak gerekend met ongeveer 50 tot 100 watt per vierkante meter, waarbij een slecht geïsoleerde ruimte aan de bovenkant of daarboven zit en een goed geïsoleerde ruimte lager uitkomt. Een te licht paneel haalt de gewenste temperatuur nooit en draait daardoor juist constant, terwijl een royaal gedimensioneerd paneel de ruimte sneller op temperatuur brengt en dan terugschakelt. Vaak is het slimmer meerdere kleinere panelen te verdelen over een ruimte dan één groot paneel op te hangen, omdat de warmtestraling zo gelijkmatiger wordt verdeeld en meer plekken bereikt.

Onderhoud en levensduur

Een van de praktische pluspunten van infraroodpanelen is dat ze nauwelijks onderhoud vragen. Er zijn geen bewegende delen, geen ventilator en geen watercircuit, waardoor er weinig kan slijten of lekken. In de praktijk volstaat het om het paneel af en toe stofvrij te maken, zodat de warmteafgifte niet wordt gehinderd. Goede panelen gaan daardoor vele jaren mee. Combineer het paneel met een goede thermostaat of tijdschakelaar: omdat elektrisch verwarmen relatief duur is, bepaalt slim schakelen — alleen aan wanneer en waar je de warmte nodig hebt — sterk of de gebruikskosten meevallen. Zo benut je de snelle, gerichte warmte zonder onnodig te stoken.

Veelgestelde vragen

Is infraroodverwarming zuinig?

Het paneel zet vrijwel alle stroom om in warmte, maar elektriciteit is een relatief dure warmtebron. Zuinigheid hangt sterk af van isolatie en of je gericht (bij)verwarmt.

Is de straling schadelijk?

Nee. Het gaat om verre-infraroodstraling, dezelfde soort warmte die een kachel of de zon afgeeft. Het is geen ioniserende straling en niet schadelijk.

Kan ik mijn hele huis met infrarood verwarmen?

Dat kan, maar is meestal alleen rendabel in een zeer goed geïsoleerd huis. In een matig geïsoleerde woning lopen de stroomkosten snel op; isolatie of een warmtepomp is dan vaak voordeliger.

Waar plaats ik een infraroodpaneel het beste?

Zo dat de straling de plek bereikt waar mensen zich bevinden — de zithoek of het bureau — zonder obstakels als kasten of dikke gordijnen ervoor. Plafond- en wandmontage zijn beide mogelijk.